Vals spelen met streamertjes

Naast het vliegvissen vis ik graag met een dropshot hengeltje op baars. Meestal doe ik dat in de Vliet bij Leidschendam. Voor mij een kwartiertje fietsen en dan heb je kilometers water. Dat is dan gelijk weer het probleem, het is wel erg veel water. Daarom viste ik altijd langs het kantje, meters maken met een paar wormen. Je komt dan vanzelf wel wat baars tegen. Maar nu het kouder is geworden lijkt de baars naar het diepe dus het midden van het kanaal te zijn verschoven. Dus nu maar worpen maken naar het midden.

Intussen had ik geleerd hoe je een Carolina-rig moet maken en hoe je daar mee kunt vissen. Zoonlief vindt dat een geweldig leuke manier van vissen en had nog wat spulletjes en na een bezoek aan de plaatselijke hengelsportwinkel had ik overal genoeg van.

Dus op naar de Vliet met 7grams loodjes, hengeltje en diverse rubberen kreeftjes en offset haken. Met het advies “als je wat voelt niet meteen slaan even wachten..”

7 gram gooit als een tierelier en ik gooide makkelijk over het midden. Dat midden , dat diepe gedeelte is ca 3,50 tot 4,00 meter diep schat ik. En omdat ik dacht dat ze in het midden zouden zitten ben ik gelijk begonnen daar waar het kanaal het smalst was, of in een buitenbocht zodat het diepe gedeelte  zich aan mijn  kant zou bevinden.

Na een tijdje voelde ik wat knabbelen aan mijn kreeftje, even wachten .. en niets meer. Dat schoot niet op . Na een tijdje had ik tweemaal vast gezeten en kon ik weer nieuwe rigs gaan knopen. Ik heb op deze manier vissen 3 uur volgehouden en toen was ik er wel klaar mee. Die kreeften kosten geld en dat “even wachten” zat me dwars. “Even wachten omdat ze het naar binnen moeten zuigen” leek mij meer “op tijd het rubber weer uitspugen.”  Dat moest anders, als ik nu eens wat streamertjes zou binden, niet te groot en minstens suspending of nog beter iets drijvend. Je bent vliegvisser of niet.

Op Wormhaken 3/0 kun je streamertjes maken van ongeveer 8 cm. Gewoon van bucktail, met of zonder een kopje van hertenhaar. Al het bucktail richting haakbocht gebonden zodat vastzitten minimaal moest zijn. Natuurlijk de volgende dag weer naar de Vliet om te zien of dat ging werken.

Dat ging eigenlijk wel lekker, geen vastlopers meer. En belangrijker ik ving in anderhalf uur 1 snoekbaars en een baars !  Met tikjes binnen vissen tot het lijntje slap viel en dan weer een paar draaien aan het molentje. En geen “even wachten” maar gewoon boem, hangen.

Twee dagen later natuurlijk weer even naar de Vliet. Zelfde systeem, zelfde manier van  vissen en hetzelfde weer. Beetje donker, beetje wind en niet koud. Eerst met dezelfde rood witte streamer en al heel snel een mooie snoekbaars! Daarna een streamertje met hertenharen kopje en een groen zonkerstripje.  Na elke tik steeg het streamertje weer op. Ook dat werkte, snoekbaars nummer 2 !.

Twee dagen later met vismaat Hans weer naar de Vliet. Samen met C-rig en een streamertje. Donker weer, beetje regen en een snoekbaars voor mij en een mooie snoek voor Hans. En allebei een losser helaas.

Het werkte dus weer, C rig met een streamertje. Twee dagen later ben ik nog een keer terug gegaan maar nu wilde ik het perse met de vliegenhengel proberen. De 10 foot #8 gepakt met een zinklijn D5.

Inmiddels was het mooi zonnig en helder weer. En dat schoot echt niet op. Bij elke ingooi opletten op fietsers en auto’s. Vooral de racefietsers zijn sneller bij je dan je denkt. En door Corona en het mooie weer was het echt druk. Dan als de kust vrij is een worp maken en dan wachten, 20 tellen minimaal en dan binnen strippen. Dat schoot dus echt niet op en werd nog link ook. Uiteindelijk ving ik nog een snoek, verder niets meer gezien.

Nu ga ik dus op zoek naar water van maximaal 2.00 meter diep waar snoekbaars zit. Eerst met de C-rig proberen en als ze er zitten ga ik het weer met de vliegenlat proberen. Het moet toch een keer lukken om er gericht op te vissen en te vangen . Oh ja, geen baars meer gezien.

Inmiddels 2 weken verder, geen stootje meer gehad in de Vliet, dus nu echt op zoek naar een ander water.

Wim Brummer.

Geplaatst in verhalen | Reacties uitgeschakeld voor Vals spelen met streamertjes

Een nieuwe snoekstek of toch niet

Tijdens de zoektochtjes naar karperstekken in het voorjaar ontdekte ik een mooie moddersloot waar karper zwom.  Je kent het wel, een golfje, een vinnetje duidelijk paai. Helaas zag ik ze alleen op een bijna niet te bereiken plekje. Ze zaten in een ondiep doodlopend zijslootje. Achter mij bomen en met een rolworp ging het niet lukken.  De sloot is op 10 minuutjes fietsen vanaf huis en een half uurtje wandelen.

In verband met het nu in oktober weer opgelaaide Coronavirus durf ik niet meer naar de sportschool. Mijn vrouw valt overduidelijk in de risicogroep. Met wandelen en fietsen probeer ik daarom  nog een beetje te bewegen.  Tijdens een van die wandelingen ben ik weer eens naar die moddersloot gegaan, gewoon even kijken of er iets te zien valt.

Het is een sloot van drie tot zeven meter breed, aan de ene kant eindigend bij een gemaaltje, het andere einde loopt dood. Het brede deel loopt langs bomen aan de ene kant en riet aan de andere kant. Het smalle deel heeft een graskant. Maar laten ze nu bezig zijn om veel bomen te rooien, dus met een beetje uitkijken is de sloot daar ook te bevissen. En ook belangrijk, er vist niemand, het ziet er niet uit, vies dik water. En wat snoek betreft ben ik daar niet zo bang voor, ze vinden de streamer toch wel.

Op een middag de fiets gepakt, hengel schepnet streamers tang mee en op naar de sloot.

Het gemaaltje stond aan en het water was echt vies. Na drie worpen dacht  dat ik vast zat. Toch een flinke ruk aan de lijn gegeven. Een grote kolk en veel modder en toen niks meer. Dat was even schrikken en ik was nog niet attent genoeg dacht ik. Een tiental meter verder weer een aanbeet, hard naar achter gelopen om de haak te zetten en weer een kolk en veel modder. Dus dat waren er twee gemist in een kwartiertje. En ik had er de afgelopen weken al 5 gemist dus ik begon nu wel erg aan mijn viskwaliteiten te twijfelen. En ik had nog wel nieuwe niet te grote ouderwetse bucktailstreamers gemaakt op een wormhook maat 5. Daar ving is ze vroeger ook mee. En ik had de weerhaak laten zitten tegen mijn gewoonte in, ik was dus duidelijk redelijk hopeloos. Maar ze bleven weer niet hangen.

Ik heb  die middag in ongeveer anderhalf uur 5 aanbeten gehad en 1 snoek kunnen vangen. Wel een hele mooie dikke. Niet zo een jagertje maar een echte snoek. Maar ik had toch een beetje de pest in, hoe kan dat nou. Bij een aanbeet geef ik echt een ferme ruk aan de lijn of ik loop naar achteren en toch 4 missers.

Twee dagen later ben ik toch twee uurtjes terug gegaan om het nog eens te proberen. Het  gemaaltje stond uit en het was iets minder vies, doorzicht misschien 20 centimeter hooguit. Hetzelfde stuk weer afgevist met dezelfde streamer. Eenmaal weer zo een aanbeet, alsof je vast zit en dan los, maar…. Toen zag ik een staart, en dat was geen snoekstaart, dat was een karperstaart.

Dus waren die aanbeten die zo log waren dan wel snoek, had ik misschien karpers vals gehaakt ? Zou kunnen,  maar dan viermaal achter elkaar? Ik dacht nu ga ik de proef op de som nemen. De sloot afgelopen of ik iets van karper zag. Vlak aan de kant zag ik een streep belletjes. Daar heb ik rustig de streamer overheen gehaald en toen… Je raadt het al een super aanbeet, of een vals gehaakte karper?  Het ging aardig te keer en op een gegeven moment zag ik dat de streamer keurig in de bek van een karper zat. Een hele beste karper trouwens. Een dikke grote schub. Na een kwartier drillen heb ik mij langs de hoge kant laten zakken om het schepnet in het water te kunnen leggen. Het water net onder het randje van mijn laarzen en verder alles dik onder de modder. Maar het lukte uiteindelijk om de karper in het net te krijgen. Wat een bak, ca 90 centimeter bleek later toen ik hem na kon meten aan de hand van de hengel.

Maar wat nu ? Volgende keer weer op snoek met de streamer of een blikje mais en wat zalmeitjes ? Of allebei de spulletjes meenemen? Ik weet het nog niet.

Wim Brummer

Geplaatst in verhalen | Reacties uitgeschakeld voor Een nieuwe snoekstek of toch niet

Karper 2020

Elk jaar vis ik een paar dagen op karper, met de vliegenhengel. Meestal met een 10 ft aftma 9 en twee meter 30/00 nylon en een beet verklikkertje. En als vliegenlijn een aftma 4 of 5. Dat klinkt raar maar dat gaat best wel en maakt net wat minder lawaai dan een 8 lijn vind ik.

Ik heb mijn visboek er eens bijgehaald en de eerste keer was al in februari. Lopend langs het Westeinde in Zoeterwoude had ik belletjes gezien . De eerste keren was nog geen succes. Beetje mais gevoerd en het zalmeitje er bij gelegd. Maar het waaide hard en de lijn dreef constant van zijn plaats. Dat was geen succes.

Op 5 maart was ik er weer. Weer wat mais gevoerd en nu een soort zalmeitje van een rood sinaasappel netje gemaakt, lijkt een klontje tubifex vond ik. Het was 10 graden en wat minder wind. En na een uurtje bewoog de beetverklikker. Slaan en hangen. Helaas net voor ik kon scheppen schoot de karper los. Balen. Maar ket kon al.

Op 30 maart weer naar het Westeinde, belletjes zoeken en nu een nimf over de belletjes getrokken. Raak, een aanbeet en een springende karper en lijnbreuk op de knoop.( dus voor mij even geen fluorcarbon meer)

11 april. Ineens is het twee dagen 20 graden dus op de fiets en wat paaisloten langs gefietst. Meestal “prutslootjes”van een meter of drie breed en hoogstens 70 cm diep. Polaroid bril op en turen. Ik vond ze uiteindelijk in een spoorsloot nabij het Balijbos. Mooie schubkarpers tot 80 cm. En dan wordt het spannend want je kunt ze zien en je kunt ze aanwerpen. Met een oranje zalmeitje dat langzaam zinkt. En dat is echt spannend en zenuwslopend. Vaak negeren ze het oranje bolletje maar soms dan… En dan breekt de hel los. Gierende lijn, verbrande vingers en meelopen als het kan. Na de eerste gevangen karper ben ik naar huis gefietst om een groter schepnet te halen. Want het was een heel geklooi met het te kleine net. Het was bij mij vlakbij dus na een half uurtje was ik weer present. En daar ving ik karper nummer 2.

17 april. In de spoorsloot zijn de karpers vertrokken naar de vijver langs het Balijbos. Bijna niet te bevissen door al het riet en vast en zeker ook verboden te vissen. Ik vond daar een verborgen karperstek. Een open plek gemaakt door iemand, bijna onzichtbaar en heel drassig. En eigenlijk geen plek om te werpen maar ze zaten er wel. Vanaf dat vijvertje loopt een duiker naar een sloot langs kassen en een wandelpaadje. Lekker rustig. Vies water, je ziet schimmen en voordat je het weet sta je op brasem ter werpen in plaats van op karper. Maar de grote schimmen zijn toch echt karpers tot 70 cm. Ook daar kon ik er eentje vangen met een zalmeitje. Dat was dus nummer 3.

24 april. Even wandelen langs het water bij de Broekweg. Daar zit altijd karper maar er staan ook wilgen en er rijdt het nodige verkeer langs. En om de ellende compleet te maken waait het daar meestal van de verkeerde kant. Lastig maar niet minder spannend. Het was een ijskoude wind tegen en al de karpers zwommen met een boog om de zalmeitjes heen. Rood, geel, oranje het maakte niet uit ze wilden niet. Uiteindelijk met een wit eitje 2 kroeskapertjes ? gevangen die geen sport gaven. Maar ja vis is vis.

26 juli. Wilsveen. Ik had daar vorig jaar een bewoner wat brood in het water zien gooien en na 5 minuten kwam daar een dikke karper op af. Dat had ik onthouden dus een halfje casinowit meegenomen en wat hertenharen broodvliegen gebonden. Een sneetje witbrood in het water gegooid op dezelfde plek waar de bewoner dat had gedaan. En binnen een paar minuten kwam de karper naar het brood. En naar de broodvlieg. De eerste aanbeet was direct raak. Een enorme run van een serieuze karper. Hij zwom zich regelmatig vast in het vuil. Er aan trekken had geen zin dus wat lijn gegeven en dan zwom hij zich weer los. Dit spelletje heeft 20 minuten geduurd voordat ik het schepnet er onder kreeg. Een mooie grote Schub !

13 augustus. Toch nog eens naar de Voorweg met een paar sneden casinowit. Na wat zoeken zag ik er 2 liggen. Brood er bij gegooid en wachten. Het duurde heel lang voordat er eentje interesse kreeg en de broodvlieg er bij geworpen kon worden. Maar helaas in de spanning te vroeg aangeslagen en direct gelost. En weer naar huis want het was 30 graden en bijna niet uit te houden.

14 augustus. Nog een keertje naar de Broekweg. De nodige karpers gespot maar er was geen interesse in het witte brood. Opeens werd het donker, het ging hard waaien en er klonk een klap onweer. Vlug naar huis.

Kortom zo nu en dan lukt het om karper te vangen. Meestal niet, soms wel maar het blijft spannende visserij om zo nu en dan een paar uurtjes te doen.

Het is inmiddels september en de meeste sloten zijn nu zo begroeid dat het denk ik niet te doen is om een gehaakte karper te landen. Maar er zit veel karper in Zoetermeer. Kijk maar eens in Rokkeveen en in de industriewijken bij bijvoorbeeld de Gamma en de Praxis, als je tenminste door de rietkragen kunt komen. Hoewel de rietkragen het water schoon en gezond houden is het toch wel erg veel riet.

Wim Brummer

Geplaatst in verhalen | Reacties uitgeschakeld voor Karper 2020

De Voorweg/Wilsveen.

De Voorweg of beter gezegd de Voorweg in Zoetermeer en het verlengde ervan Wilsveen in Leidschendam. Het water waar ik het over wil hebben deze keer is het stuk vanaf de Intratuin richting het westen. De Voorweg heet net voorbij restaurant de Witte Raven Wilsveen en gaat dan met een bocht van 90 graden naar het zuiden,  wordt dan smaller en smaller en komt uit in het brede water bij de Molendriegang.

20200720_155101.jpg

Ik viste al jaren in en na de haakse bocht ( dus Wilsveen) op voorn(tjes) en snoek. In de winter op snoek en in het voorjaar op voorn . Snoeken is in het smalle gedeelte niet zo moeilijk. Als er eentje ligt dan komt de streamer al snel dichtbij en is de kans groot dat het raak is.

In de het breedste gedeelte viste ik altijd op voorn. Stijf tegen de overkant en vaak waren 15 voorns binnen een uurtje geen uitzondering. En alleen met de nimf, droog lukte nooit goed, geen voorn aan de oppervlakte gek genoeg.  Vorig jaar zag ik een van de bewoners wat brood weggooien in het water en binnen 5 minuten kwam er een karper op af. Maar dat verhaal komt een volgende keer.

Omdat dit water op 10 minuutjes fietsen van mijn huis is, vis ik er met enige regelmaat in een verloren uurtje. In juli fietste ik op mijn gemak langs de Voorweg met een polaroid bril op. En ineens zag ik voorn . Net boven de waterplanten en in de open plekken tussen de waterplanten. En karper, ik heb op het stuk van de Intratuin tot de Witte Raven wel 10 karpers gespot.

Zo een gelukje moet je een keer hebben want als er een kabbeltje is zie je niks of weinig, zeker geen voorn. Je raadt het al ’s avonds onverzwaarde nimfen gebonden. Zwarte fazantveer, koperdraadje als ribbing en een kopje van zwarte dubbing met de fazantveer over de dubbing als thorax. En bij enkelen een druppeltje UV raisin om de nimf net wat zwaarder te maken. Alles maatje 12 en 10.

De volgende dag stond er een mooie kabbel, niets te zien dus, maar omdat ik nu wist dat er voorn zat gewoon begonnen. Maatje 10, heel even af laten zinken en dan lekker snel strippen. En verdomd het werkte. Boeggolven achter de nimf en hangen. Mooie ruisvoorns tot 25 cm toe. Ik had nooit geweten of gedacht dat daar zoveel mooie ruisvoorns te vangen waren.  Vlak bij huis en over het hele stuk vanaf Houthandel Van Dorp tot de Witte Raven heb ik dagenlang mooi gevangen. Ik was begonnen met 2 nimfen, de bovenste geheel onverzwaard maat 12 en de onderste iets verzwaard maat 10. Maar dat was  eigenlijk niet nodig.

20200720_143153.jpg

Doublet

Dan wil je weten of ze ook nog ergens anders te vangen zijn. Het laatste brede stuk vlak voor de bocht ( inmiddels Wilsveen)  daar had ik nog nooit gevist, ook niet op snoek. Het is een kaal stuk, geen bruggetjes en altijd vol in de wind. Maar het was een hete dag en vol in de wind nog uit te houden. Dus hetzelfde recept, een flinke kabbel en lekker strippen. Ook daar ving ik tot mijn verbazing voorn.

 Dan ook maar eens de bocht om en op de brede stukken exact hetzelfde, grote zwarte nimf, lekker strippen en daar waren ze ook. Schitterende ruisvoorns.

Eind augustus werd het lastiger, meer en meer waterplanten en de open plekken waar je de nimf wat kon laten afzinken werden kleiner en kleiner. En droog geen stootje, of alleen klein spul,  maar de mooie maatvoorns kwamen de droge vlieg niet halen. Behalve die ene middag, bijna geen wind en ineens heel veel ruisvoorn aan de oppervlakte. Ik kon bijna de mooiste ruisvoorns uitkiezen om mijn droge vlieg te presenteren. Het waren twee heerlijke uurtjes. Helaas dat was maar 1 keer. Daarna was het  over, de mooie vissen waren onbereikbaar geworden voor de vliegenhengel.

De zwarte nimfen deden het ook goed in het Bentwoud en de Burmade maar waarschijnlijk had een fikse spider ook wel gewerkt.

20200827_163516.jpg

Zoals bij zoveel viswater loopt ook hier een soms drukke weg langs. Zeker in de zomer en Coronatijd zijn er veel fietsers op het eerste stuk vanaf de Intratuin. Maar dat worden er minder omdat veel fietser dan de vaart oversteken naar het Buytenpark of uit het Buytenpark komende direct oversteken naar de Nieuwe Driemanspolder dus de Voorweg alleen kruisen. En soms is het gewoon rustig op de weg.

Een voordeel is wel dat met regelmaat waterplanten worden weggehaald.  Zo om de vijftig meter ligt er dan een hoop groen in de berm. En die berm wordt ook bijgehouden, gemaaid en ook dat is handig.

Omdat ik ook veel karper had gezien dacht ik weer aan die bewoner die bij Wilsveen die wat oud brood in het water gooide. Na 5 minuten zag ik  een bak van een karper smakkend aan het brood. Dat had ik onthouden en ook daar heb ik gevist. Dat staat in het verhaaltje “karper in 2020”

Wim Brummer

Geplaatst in verhalen | Reacties uitgeschakeld voor De Voorweg/Wilsveen.

Ruzie

Ik vind van mij zelf dat ik geen ruziemaker ben. Ik zoek het niet op maar soms denk ik je komt maar op.

In het voorjaar vis ik altijd een paar keer op karper. Met de vlieg, want dat is echt gaaf en heel spannend. Afgelopen voorjaar was het fietspad langs de Poldervaart en het fietspad (Virrullypad) naar Delft afgesloten.  Op de brug naar het pad stond een bouwhek en daar kon ik keurig omheen klimmen. Er werd al maanden niet gewerkt want het pad moest inklinken, er lag al een hele tijd een meter zand op. Dat betekent geen fietsers en zo, heerlijk rustig.

Over de brug kun je dan langs de Poldervaart vissen of de dijk af naar beneden het weiland in. Daar liggen een paar ondiepe sloten die doodlopen tegen de dijk. En daar paait altijd een heleboel karper en die blijven dan een tijdje hangen daar.

De karpers zijn niet allemaal groot maar het zijn er wel veel dus je vangt er altijd wel eentje. Spotten, zalmeitje er bij en  dan maar hopen dat hij of zij hapt.

Na twee karpertjes had ik het gezien en tuigde de hengel af. In de verte zag ik iemand aan komen lopen. Gehaast en duidelijk onderweg naar mij.  Ik tuigde rustig af en begon terug te lopen naar het bouwhek waar mijn fiets stond.  Ik hoorde roepen” he jij daar, wachten” Klonk niet best, het leek mij het beste om door te lopen naar het bouwhek. De man ging sneller lopen en bleef roepen dat ik moest wachten. Wat mij betreft een verkeerd begin voor een goed gesprek.  Dat wilde ik wel maar eerst even een bouwhek tussen ons in leek mij het beste.

Dichterbij gekomen kon ik zien wie het was, een stevig gedrongen mannetje, laarzen, groene jas, verrekijker en hij begon gelijk om het bouwhek heen te klimmen.  “Wat deed je daar in het weiland”.  “Vissen“ zei ik. “Waarom vis je daar” . “Omdat daar karpers zwemmen en ik wilde een karper vangen”

“Weet je wel dat je op verboden gebied bent, er staat niet voor niets een hek”. Ja maar dat is een bouwhek voor de renovatie voor het fietspad daar gaat u toch niet over.

“U was op privé gebied en verstoorde de rust van de vogels”.  Meneer ik ben een stukje een weiland in gelopen, heb ik vorig jaar ook gedaan want er staan nooit hekken om het weiland.

“Je liegt, nu is het hekwerk van het weiland weg omdat ze hier aan het fietspad werken maar ze stonden er altijd”  (nu denk ik krijg het lazarus maar en inderdaad stond er altijd een hek maar daar stapte ik gewoon overheen). Meneer u vergist zich er heeft hier nooit een hek gestaan.

“Wel waar er stonden hier altijd hekken rond het weiland”.  Meneer er hebben hier nooit hekken gestaan, ik ben een keurige visser en zal nooit over een hek klimmen om te vissen . (Gewoon volhouden dat er nooit een hek heeft gestaan, ik kreeg er nu echt zin in)

“Jij verstoort de rust van de vogels, weet je wel hoe erg dat is”.  Meneer ik ben 100 meter het weiland in gelopen. U kwam door het hele weiland aan gelopen dus als we het over verstoren hebben. Ik vis hier elk jaar een paar keer, loop 100 meter het weiland in, nooit een hek gezien en nooit het idee dat ik de vogels verstoorde.

“Het is hier een broedgebied, je mag hier niet komen”.  Meneer ik heb hier nog nooit een bord van vogelgebied, niet betreden tussen maart en juli gezien dus dat lijkt mij gelul . Ik zie die borden regelmatig elders en zal nooit een broedgebied betreden in die gesloten tijd. En hier staat geen bord.

“Het is een broedgebied en jij mag hier niet komen”.  Meneer dat is het niet dus bepaal ik zelf wel of ik het weiland in ga of niet, en overigens er stonden nooit hekken en ik ben hier al tientallen keren geweest en nooit problemen gehad. Trouwens ik mag hier vissen, ik heb daar een vergunning voor.

“Jij verstoort hier de vogelrust en mag hier niet komen”.  Meneer ik heb  u nu wel begrepen, weet je wat u doet, geef mij een bekeuring als u dat mag en zo niet dan ben ik er klaar mee en stap ik op mijn fiets en banjert u weer terug door het weiland zonder vogels te verjagen.

Scheldend droop hij af.  Ik heb niets tegen vogelaars en zo. Als hij had begonnen met “Heeft u wat gevangen meneer, oh wat leuk karpers, maar weet u dat u hier niet mag komen in verband met de rust van de vogels of zoiets”  dan hadden we een fijn gesprek kunnen hebben.

‘Sukkel…’ (dan druk ik mij nog zeer zachtjes uit).

Wim Brummer

Geplaatst in verhalen | Reacties uitgeschakeld voor Ruzie

Een veelbelovend diep gat

De enige andere manier dan vliegvissen die ik weleens doe, is dropshotten. En dan vis ik alleen maar met worm. Drie stuks zeker aan de haak  totdat ik een schooltje gevonden heb en dan word ik “zuiniger”. Natuurlijk heb ik ook een bonte verzameling van shadjes, in allerlei kleuren.  Maar met wormen heb je geen “ keuzestress” wat kleur betreft. En dat geeft rust.

En ik vis dan eigenlijk alleen vlak langs de kant. Natuurlijk zitten de grotere baarzen vaak in het midden , in het diepe maar dat diepe is wel erg groot als je in de Vliet of de Schie vist.  Ik wandel dus op mijn gemak langs de kant en je komt dan altijd wel een plekje tegen waar het ineens dieper is.  Daar vis ik dan wat zorgvuldiger in de hoop dat de baars daar ligt.  Klopt overigens niet altijd maar je moet wat als er geen bruggen e.d. zijn.

Nu wist ik dat er in de Schie bij Delft een nieuwe aanmeerplek is gemaakt. Zeker drie meter diep langs de kant met de nodige aanmeerpalen. Sommigen zelfs met een vlondertje zodat de schipper aan land kan stappen. En ik keurig naast de meerpaal kan vissen.  Die plek moest het worden. Op een zonnige dag in juli naar Delft gefietst met mijn hengeltje en een doos wormen. Om een lang verhaal kort te houden. Helemaal niks, geen stootje, nada.

Na een uur had ik het wel gezien en liep ik verder naar de “normale”  ondiepe kant, een metertje diep met hier en daar een kuiltje. En  ja hoor de eerste tik en geen geknabbel maar gelijk 3 wormen in de bek van een mooie baars. Raar, dan sta je eerst een uur in het diepste gat langs de kant te vissen en vang je niets en nu raak.

Het bleef niet bij die ene baars. Ik heb ongeveer honderd meter van dat kantje afgevist ( er staan hectometer paaltjes lang de Schie) en ving geregeld mooie baars tot 30 cm toe. Natuurlijk zaten er ook kleintjes bij van 15 cm maar regelmatig dus baars van een mooi formaat.

De volgende dag weer terug naar de Schie en warempel ik ving weer op het zelfde stukje mooie baars. Het leek wel of het dezelfde waren. Als ik 200 meter doorliep dan was het zoals gebruikelijk. Een beetje geknabbel en baars van 15 tot 20 cm en de nodige grondels. Maar op dat ene stukje dus wel mooie baars.

Wie het weet mag het zeggen. Naderhand daar nooit meer zulke mooie baarzen gevangen.

Beetje geluk moet je hebben en als je de tijd hebt om een paar honderd meter een kantje af te vissen kom je altijd wel wat moois tegen.

Wim Brummer

Geplaatst in verhalen | Reacties uitgeschakeld voor Een veelbelovend diep gat